Sacramenten

Het centrale Christelijke feest is Pasen. De Kerk viert dan dat Jezus uit de dood is opgestaan, op­ge­wekt tot leven. Vier evangelisten schrijven over deze gebeurtenis in hun evangelie. Er zijn getuigen. De verrezen Heer verschijnt namelijk een aantal keren aan zijn leerlingen. Bij een van die ontmoetingen zendt Jezus ze uit, om te gaan over de hele wereld: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest” (Mt. 28,19). Jezus voegt daar aan toe: “… en leert hen te onderhouden alles wat Ik u be­volen heb” (Mt. 28,20). Om dit te kunnen, doet Jezus vervolgens een belofte: “Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28,20). En Hij geeft hun de Heilige Geest. Jezus laat je niet alleen. Dan gaan de leerlingen vol inspiratie de straat op en verkondigen het goede nieuws aan de mensen. Iedereen moet het weten: Jezus van Nazareth, die hangend aan het kruis is gestorven, is de Heer en de Messias. Hij is verrezen!
 
Zo groeit de gemeenschap van de gelovigen overal waar de blijde boodschap van het Evangelie wordt bekendgemaakt. Eerst in het klein, nu in het groot. Wereldwijd zijn er aan het begin van de 21e eeuw ruim 2 miljard Christenen, waarvan 1,2 miljard Katho-lieken. En “Jezus” geeft op google misschien wel de meeste hits. Zo is Hij nog steeds bij ons…

Sacramenten

Jezus Christus heeft zich voor altijd met zijn leerlingen willen verbinden. En de Kerk voelt zich  zeer met Hem verbonden. De apostel Paulus schrijft daarover als over een lichaam met ledematen. Zoals er verschillende ledematen aan een lichaam zitten, zo zitten wij aan Christus verbonden. Jezus zelf sprak over de band tussen Hem en de mensen als tussen ranken en de wijnstok: ranken kunnen niet zonder een wijnstok. Lees maar na in het Evangelie van Johannes (begin van hoofdstuk 15).
 
Christus is vandaag de dag, elk moment, in de Kerk aanwezig. Hij handelt nu door haar en in haar. De handelingen van de Kerk zijn dan ook een verlengstuk van de reddende han­delingen van Christus zelf. Dat noemen wij de sacramenten. Daarin vind je ook het woord ‘sacra’, ‘heilig’ terug. Het zijn dus heilige handelingen. Heilig betekent iets als ‘apart’, ‘niet het gewone’.
 
Een sacrament is een uitwendig teken van het heil dat Jezus Christus aan zijn Kerk heeft gegeven; een onderpand of bewijs voor zijn aanwezigheid in en met de Kerk. Een sacra-ment maakt in ri­tu­e­len en sym­bo­len zichtbaar wat God onzichtbaar, namelijk zijn genade, op dat moment verleend.

 

De Kerk kent zeven sacramenten. Deze zijn:
 
Doopsel        maakt ons tot lid van Christus’ Kerk
Eucharistie   deelgenoot worden aan het leven van Christus, door Hem te ontvangen
Vormsel   versterking van het Doopsel en heiliging door de gave van de Heilige Geest
Verzoening   vergiffenis van zonde en verzoening met God (en mensen)
Huwelijk   belofte van liefde en trouw aan je partner met wie je een gemeenschap vormt
Priesterschap   de gave van een bijzonder ambt in de Kerk en de wereld
Ziekenzalving   hoop, kracht en troost bij ziek en zeer